Woord van de voorzitter

 WOORD


In een vorig woord van de voorzitter had ik de gelegenheid U kond te doen van mijn ergernis over de “verengelsing” van het straatbeeld en hoe dit soms tot absurde situaties leidt. Zo onder meer doordat woorden lokaal worden uitgevonden, die de Engelse taal volledig vreemd zijn, minstens in de betekenis waarin ze worden aangewend.
Sinds enige tijd ben ik ook beginnen letten op het taalgebruik van de personen die worden geïnterviewd  op de radio en meer bepaald op Radio 1. Gewoonlijk genieten iconen uit de zakenwereld of cultuurgoeroes deze gunst.
Nu vinden sommige van deze mensen het normaal hun verklaringen aaneen te breien met Engelse uitspraken en woordgebruik, in die mate dat de inhoud van hun dikwijls interessante boodschap verdwijnt onder een laag van banaliteit.
Mij is vroeger geleerd dat het gebruik van een uitdrukking of woord uit een vreemde taal zeker mag, zeker wanneer men de aandacht wil trekken om een punt in een uiteenzetting te benadrukken, een precisie nastreeft die de eigen taal niet biedt of gewoon omdat deze het bedoelde woord ontbeert. Deze lering onderschrijf ik nog steeds met overtuiging. Het met mate aanwenden van een vreemd woord of uitdrukking, kruidt de taal en maakt het gesprek of monoloog pittiger en boeiender om naar te luisteren. In geschreven taal mag misschien een iets grotere complexiteit worden nagestreefd gezien de lezer zich in de mogelijkheid bevindt de tekst aan zijn eigen ritme te verwerken.
Ook is het een natuurlijke en normale evolutie voor een taal dat vreemde woorden worden opgenomen, soms als dusdanig of meer nog, met een aanpassing naar de eigenheid van de gasttaal. Zeker in periodes van technologische vooruitgang is zulks onvermijdelijk en zelfs wenselijk. Aldus wint de taal aan rijkdom en precisie door nieuwe begrippen te kunnen benoemen. Zo weet iedereen onmiddellijk wat juist wordt bedoeld met “delete”, terwijl  de term “verwijderen” me te algemeen lijkt (cfr. het Frans dat hiervoor de algemene term “annuler” bezigt en daardoor eerder zuiver blijft dan verrijkt wordt).
Daarentegen ergert de banaliteit door abuse van vreemde woorden door wizkids in Geraardsbergen, of all places, om een statement te maken over een of ander outstanding event, me buitenmatig. Het enige dat met zulk een taalsmurrie wordt aangetoond, is dat men zijn cultuur in vreemde talen opdoet met het bekijken van sullige soaps ( nu dien ik mezelf toch te betrappen op een gelijkaardig foutje…).
Epicurus, hetgeen bij sommigen tot verwondering kan leiden, predikte reeds meer dan tweeduizend jaar geleden dat alle aspecten van het leven aangenaam worden beïnvloed door met mate te handelen. Ik pleit dan ook voor toepassing van het epicurisme in het taalgebruik.
Dit geldt ook voor het bezigen van zogenaamd “moeilijke woorden”. Toen ik op dezelfde zender een ongenuanceerd pleidooi aanhoorde van een uitgenodigd spreker (een journalist), die een warm betoog hield om, steeds en in alle omstandigheden, het eenvoudigste woord te gebruiken, kon ik zulks alleen maar betreuren. Moeilijke woorden kunnen de taal zeer zeker ontsieren waardoor deze gekunsteld en ouderwets, ja zelfs belachelijk overkomt op de luisteraar of de lezer. Zo was bijvoorbeeld toch mijn indruk wanneer ik  “De slinger van Foucauld” van Umberto Eco poogde te doorworstelen: zo sierlijk en luchtig de taal in zijn “De naam van de roos”, met doordacht gebruik  van soms moeilijkere termen, zo vervalt dit werk in een diarree van woorden die de meeste stervelingen volledig onbekend zijn.
Andermaal meen ik dat het gedoseerd aanwenden van een minder gangbaar woord, de taal aangenamer en boeiender kan maken. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het doelpubliek : een brief van de Overheid dient letterlijk door elkeen te worden begrepen en moet derhalve zo eenvoudig mogelijk worden opgesteld. Anders is het gesteld met een brief aan een pennenvriend die men geboeid weet door de speelse kunst van mooie tekst. Zoals de wijnmaker dient de spreker of schrijver een zekere complexiteit na te streven om te blijven boeien, zonder in een kakafonie te verzeilen. In beide materies leidt meesterschap tot gezonde opgewektheid, misbruik daarentegen tot “capiteuse” hoofdpijn.
A bon entendeur,…

Filip van Trimpont

Copyright © 2016 Gerardimontium en Johnny Van Bavegem. Alle rechten voorbehouden.
Gerardimontium, Geraardsbergse vereniging voor lokale geschiedenis | Guilleminlaan 103 – 9500 Geraardsbergen - tel.: 0476.70.13.92 | info@gerardimontium.be